De Trekzak

Een instrument dat subtiel kan fluisteren en keihard swingen

De trekzak

De trekzak is vooral bekend in de volksmuziek. Het is een klein kastje met relatief weinig knoppen. Als er aan de balg getrokken wordt, brengt het een andere toon voort dan wanneer erop geduwd wordt. Het is een diatonisch instrument, wat betekent dat het eenvoudig is om er een beperkt aantal toonladders op te spelen.

Niet een accordion

Het is een ander instrument dan de accordeon, dat een chromatisch instrument is. Dat maakt het eenvoudiger om wat ingewikkeldere akkoorden en melodieën op de accordeon te spelen dan op de trekzak, zodat de accordeon in het verleden veel vaker is gebruikt om klassieke muziek en/of jazz op te spelen dan de trekzak. Peter Pot heeft ontdekt dat het mogelijk is om prachtige (jazzy) harmonieën op de trekzak te spelen. Ook het geluid van dit instrument is anders dan van de accordeon: vooral warmer en feller.

Stamt uit de 19de eeuw

Het instrument werd in het midden van de 19e eeuw in Duitsland ontworpen en had min of meer zijn definitieve vorm gekregen tegen het eind van die eeuw. Begin twintigste eeuw kwamen er trekzakken bij met meer dan één rij knoppen. In 1930 bestonden er al trekzakken met 5 rijen knoppen. In eerste instantie waren het nogal kwetsbare, goedkope instrumenten, wat verholpen werd in de dertiger jaren.

Vooroordelen

Het is altijd hét instrument geweest op bruiloften en partijen, maar het was ook het ‘arme lui’s orgel’ en werd niet helemaal serieus genomen. Eigenlijk kleeft er nog steeds een vooroordeel aan dit instrument, al is dat langzaam aan het veranderen.
Het is relatief eenvoudig om er snel een gezellig deuntje op te spelen; voor een eenvoudig akkoord volstaat meestal bijvoorbeeld het indrukken van één knop, dus je kunt er al snel iets leuks op doen in een gezelschap. Maar om zo geraffineerd en virtuoos op dit instrument te kunnen spelen als veel bespelers (zoals Peter Pot)  tegenwoordig kunnen, moet er serieus gestudeerd worden.

Tegenwoordig

Veel spelers van nu ontwikkelen hun eigen stijl op de trekzak, vaak met raakvlakken met pop en jazz. Peter Pot hoort bij deze groep. Hij wordt geïnspireerd door de Italiaanse, Franse, Engelse en Baskische folk, maar zijn achtergrond als rockdrummer en zijn liefde voor moderne jazz zijn misschien nog bepalender ingrediënten van zijn composities.

De Bandoneon

Een ander bekend instrument uit dezelfde familie, dat Heinrich Band in 1854 uit de concertina ontwikkelde en dat wéér anders bespeeld wordt, is de bandoneon. Dit een Duits instrument dat oorspronkelijk werd gemaakt als alternatief voor het kerkorgel, maar dat zijn bestemming heeft gevonden in de Argentijnse Tango.

Peter Peije?

Peije Rasp (1879-1942) was een beroemde trekzak speler uit Drachten. Peter Pot blijkt een verre achterneef van Peije, zo bleek uit genealogisch onderzoek. Oma en Peije waren volle achterneef en nicht. Peije was een in Ureterp als Freek de Jong geboren straatmuzikant. Hij was in het begin van de twintigste eeuw in Drachten en omgeving een kleurrijke en graag geziene figuur op bruiloften en partijen. Het beeld van Pije staat op de plek waar vroeger de ophaalbrug was over de Drachtster Compagnonsvaart. Daar kwam de bevolking samen om naar Peije te luisteren.

Wikipedia

Zie Wikipedia over de trekzak.
Zie Wikipedia over de bandoneon.

trekzak mopje

Namen van de trekzak

Algemeen: harmonica, trekharmonica, diatonische harmonica, schippersklavier, monika (Brabant), trekbuul (Twente en Limburg), kwetsbuul of knijpzak (Limburg), moenieke (Stellingwerven), loekbealch (Friesland), pokkelorgel (Groningen), hottevot en boekorgel (Drenthe), pensorgel (Zuid-Nederland), diverse namen: troet, speelkassie, open en toe, jammerorgel, heen en weertje, luizenpletter, knoppenkast, armeluisorgel, tietenpletter en zuigspinet. Het bespelen van de trekzak heeft een paar uitdrukkingen zoals: hottevotten, raspen, en zagen.

De trekzak

Het beeld van Peter Peije in Drachten

de trekzak
Innamorato

Naar de homepage.